advertentie
  Verhalen uit het AZC Almere  

  Denk aan mij en onze kinderen. Ga niet dood   Het leven is goed, want we zijn hier veilig   Wie niks heeft, heeft niks te verliezen   Nederland biedt grotere kans op een beter leven  



Wie niks heeft, heeft niks te verliezen”

door Maaike van den Bosch

 
 
 
 
 
 
 
 

De 24-jarige Abed Al Qader uit Palestina is na een jaar met stille trom uit het asielzoekerscentrum in Almere vertrokken. Hij heeft een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen. Abed laat mij zijn pasje zien waarop dat staat.

We zitten in Buurt-Thuis Akwaaba pal naast het AZC. Met de hulp van een Arabisch sprekende tolk kunnen we met elkaar praten. We zoeken een rustig plekje op, want vanmiddag zijn er veel AZC-kinderen in het inloophuis. Ze maken iets met herfstbladeren.

 

Ik heb een lening voor de inrichting afgesloten”

 

Abed heeft een appartement toegewezen gekregen. Een sociale huurwoning in Almere Buiten. Daar is hij heel blij mee. “Ik heb geen afscheidsfeestje gegeven hoor als je dat bedoelt”, zegt hij. “Ik heb een lening afgesloten zodat ik het een beetje kan inrichten.”

In een andere ruimte verderop vertelt Amal Abass-Saal van Akwaaba juist aan asielzoekers dat ze goed moeten nadenken over het afsluiten van leningen om straks een huis in te richten. “Dat geld moet je in termijnen terugbetalen en dan houd je minder van je uitkering over om van te leven.“

 

Het was een leven in een open gevangenis”

 

Abed komt uit een gezin met elf kinderen. Ze woonden allemaal in een huis met vier kamers, opgetrokken uit asbestplaten. Een paar broers waren getrouwd en hadden kinderen gekregen. Die woonden er ook. Geen privacy, geen water, geen elektriciteit. Via een hulpprogramma had hij een horecaopleiding kunnen volgen. En even had hij ook werk, in een hotel.

Hij heeft het vooral over de omstandigheden waarin hij leefde en het uitzichtloze perspectief. “Het was een open gevangenis.” Als hij zijn baan verliest, besluit hij naar zijn oom in Libië te gaan. Een gevaarlijke reis. “Het kon me niks meer schelen. Als ik dood zou gaan, dan was dat maar zo.”

Dagen bivakkeert hij bij de grens met Israël. Dan opeens laten ze hem door. Hij weet via Egypte naar Libië te komen. Lopend en met behulp van mensensmokkelaars in terreinwagens gaat hij door de woestijn. Bij een grenspost wordt er op zijn groep geschoten. De kogels vliegen langs hem, maar hij haalt het. Bij aankomst betaalt zijn oom de smokkelaars. Dat was de afspraak. Zelf had hij geen geld.

 

In de boot pasten eigenlijk maar 100 mensen”

 

Als in Libië de kledingzaak van zijn oom wordt gebombardeerd en het leven daar voor hem ook hopeloos is geworden, vertrekt hij met zijn oom naar Italië. Zijn oom verkoopt twee huizen om voor hen de bootreis te kunnen betalen. “Die reis duurde 15 uur. Het was gevaarlijk. Ik zat in een boot met 450 anderen. Eigenlijk paste er maar 100 in. Ik zag dode lichamen in het water drijven.”

Abed wilde een beter leven. Zoveel is me wel duidelijk. Hij wilde er zelfs zijn leven voor geven. Voorlopig mag hij in Almere blijven. De Gazastrook en Libië zijn gevaarlijke plekken met veel geweld, aanslagen en bombardementen. Toch gaat zijn verhaal vooral over de enorme armoede en het gebrek aan werk. Vreesde hij nou voor zijn leven of is hij een gelukszoeker waar het vandaag de dag zoveel over gaat?

“Ja het was er ook gevaarlijk.”, zegt hij simpelweg. “Maar gelukszoekers, economische vluchtelingen, verdienen die geen beter leven”, vraagt hij zich hardop af. “Ik had niks. Helemaal niks.” Hij kijkt me vragend aan. Heb ik wel goed begrepen in wat voor omstandigheden hij leefde. “Zonder water”, benadrukt hij nog eens. “Weet u, wie niks heeft, heeft ook niks te verliezen.” 

 

 

  Verhalen uit het AZC Almere  

  Denk aan mij en onze kinderen. Ga niet dood   Het leven is goed, want we zijn hier veilig   Wie niks heeft, heeft niks te verliezen   Nederland biedt grotere kans op een beter leven  
© omroep flevolandsitemap | disclaimer