Vakbondsbroeders, broeders voor het leven

Almere 1 mei 2017
Almere bood in de jaren tachtig onderdak aan elf vluchtelingen uit El Salvador. Omroep Flevoland besteedt deze week aandacht aan het vluchtverhaal.

Don Alfredo buigt zich over het opengeslagen boek. De man tegenover hem in de cel laat foto's zien van een vreemd land: Nederland. Het vlakke land strekt tot aan de horizon. Daar kan hij heen met zijn familie, als hij wil. "De plek waar jullie heen gaan heet Almere. Een nieuwe stad, op de bodem van de zee." Don Alfredo kijkt om naar zijn vrienden. Is dit wat zij willen? "Op de zeebodem? Ik blijf liever in El Salvador", zegt een van hen onzeker. Op dat moment weet Alfredo het zeker. Ze gaan naar Nederland, want hier blijven betekent de dood.

Na vier jaar en drie maanden gevangenschap landen elf Salvadoraanse mannen met hun families op Nederlandse bodem. Ze laten een heel leven achter zich, maar niet zonder reden.


Kloof tussen arm en rijk
Het verhaal van Don Alfredo Hernandez Repreza, Jorge Hernandez Calderon en Santos Rivera Calzava begint midden jaren '70. Het Midden-Amerikaanse land El Salvador is dan sterk verdeeld, de kloof tussen arm en rijk is enorm. In het land heeft een aantal rijke families het voor het zeggen. Landarbeiders op de koffieplantages van de families verdienen slecht. In ruil voor hun arbeid krijgen zij een pannenkoek van aardappel en wat rijst. Wie klaagt, wordt weggestuurd.

Don Alfredo, Jorge en en Santos gaan aan het werk bij het nationale elektriciteitsbedrijf CEL. Het is onveilig werk. Niemand draagt geschikte werkkleding en het gereedschap is gebrekkig. Ongelukken zijn aan de orde van de dag. "Ik heb gezien hoe collega's ledematen kwijtraakten door elektrocutie. Een man raakte zijn been kwijt, een ander zijn armen. Een van de collega's stierf door een schok van 115.000 volt", vertelt Santos. De situatie wordt onhoudbaar en de werkomstandigheden moeten verbeteren. Samen richten de mannen de eerste vrije vakbond op.


Bisschop Romero
Iedere zondag luisteren Don Alfredo en zijn collega's naar de kerkdiensten van bisschop Romero. Hij neemt het op voor de armen. Stelt kritische vragen wanneer er een priester wordt vermoord. De toon van monseigneur Romero wordt feller. Bisschop Romero, die in 2016 zalig wordt verklaard door paus Fransiscus om zijn inzet voor beter mensenrechten, is een voorbeeld voor Salvadoranen. De arme bevolking voelt zich gesterkt in hun roep om een beter leven. Hij wordt de verpersoonlijking van de strijd tegen de elite in het land.

Op 24 maart 1980 wordt de bisschop neergeschoten tijdens een kerkdienst. Don Alfredo hoort het op de radio. Hij haast zich naar het ziekenhuis. Hij ziet hoe Romero binnen wordt gebracht door nonnen. "Ik liep mee. Het zag er niet goed uit. De dokter kwam en die verklaarde monseigneur Romero dood." Don Alfredo is bang: "Als de milities in het land Romero al vermoorden, wat betekent dat dan voor ons gewone mensen?" Tijdens de begrafenisdienst voor Romero worden tientallen mensen gedood als militairen het vuur openen op de toegestroomde mensenmassa. 

Dodenlijst
Don Alfredo gaat door met zijn vakbondswerk, maar het wordt gevaarlijker: "Wij werden gezien als terroristen. Terwijl al onze acties vreedzaam waren." 22 collega's worden vermoord, 150 collega's zonder reden ontslagen. Nadat Don Alfredo en zijn vakbondsbroerders te horen krijgen dat hun naam op een dodenlijst staat, leggen ze de elektriciteit in het land plat. Ze worden opgepakt.

In de nationale gevangenis zijn de mannen getuige van de gruwelen van het militaire bewind in het land. "Het was er verschrikkelijk. Nachtenlang hoorde je het geschreeuw van studenten, advocaten en iedereen die er werd vastgehouden." Het valt Don Alfredo zwaar als hij over zijn periode van gevangenschap vertelt. Want ook hij en zijn vakbondsbroeders worden gemarteld. Dertig jaar later toont hij de littekens op zijn rug. "Ik werd twaalf keer met de kolf van een geweer geslagen. Mijn rug was helemaal kapot. De pijn was ondragelijk." Ook nu nog heeft hij hoofdpijnen en rugpijn als gevolg van de marteling.

Moord op 4 IKON-journalisten
Op een dag krijgen zij bezoek van vier Nederlandse IKON-journalisten. Zij hebben een camera bij zich. "Het was vreemd", verklaart Don Alfredo. "Er waren wel eerder journalisten geweest, maar die hadden alleen pen en papier bij zich. Dit was wat anders. We praatten met de vier. We werden gefilmd. Ze mochten alles aan ons vragen. De bewakers lieten alles toe. We snapten er helemaal niets van, waarom mochten zij ons filmen? De journalisten vertelden dat zij ons verhaal aan Nederland wilden laten zien." Waarschijnlijk zijn de interviews met Don Alfredo en zijn vakbondsbroeders de laatste interviews van de Nederlanders. Twee dagen later worden de Nederlandse journalisten vermoord teruggevonden in een stuk niemandsland.
 

In Nederland is de verontwaardiging over de dood van de journalisten groot. Er komt veel aandacht voor de burgeroorlog in El Salvador op tv en radio. Uiteindelijk is het de ambassadeur van Nederland die de mannen opzoekt in de gevangenis en hen uitnodigt in Nederland te komen wonen. Don Alfredo: "De ambassadeur was geen bange man. Hij nam de tijd om met ons te praten. Hij bood ons asiel aan. Hij kwam met fotoboeken zodat wij wisten waar wij terecht zouden komen. Hij noemde Almere. We wisten niet wat wij hoorden toen hij zei dat het meters onder zeeniveau lag. Maar we gingen. Met pijn in ons hart, maar in El Salvador zouden wij sterven."

In Almere
Inmiddels wonen de mannen meer dan dertig jaar in Almere. Hun kinderen en kleinkinderen zijn Nederlanders geworden. De kleinzoon van Don Alfredo voetbalt in de jeugd van AFC Ajax. De integratie van Jorge, Santos en Don Alfredo verloopt stroef. Ze vinden allemaal werk, maar de Nederlandse taal vormt altijd een barrière. En hoewel zij in het veilige Nederland zijn, is hun hart nog in El Salvador. Ze worden in Nederland begeleid door kunstenares Paulina Martin de Kreij en haar gezin. Paulina en haar man spreken Spaans. De Salvadorianen worden onderdeel van haar familie. Ze is bij de geboortes van kinderen, op verjaardagen en als er zieken zijn.

2016
Paulina Martin de Kreij is door haar Salvadoraanse vrienden gevraagd om een bijzonder bronzen beeld te maken. Een buste van bisschop Romero. Het beeld wordt aan Almere gegeven als dank aan de gastvrije stad en het land waar de mannen een veilig heenkomen hebben gekregen. De mannen hebben geld ingezameld. Cultuurfonds Almere betaalt mee, maar ook komt er geld binnen via Vastenactie. In haar atelier aan de Kerkgracht in Almere Haven, werkt Paulina honderden uren aan het beeld. Ze boetseert met warme was het gezicht van Romero. Ieder spiertje, ieder rimpeltje dat zijn gezicht heeft, kneedt zij met de was. Na maanden werk wordt het beeld in brons gegoten.



De cirkel is rond
Op 24 maart 2017, 37 jaar na de moord op Romero, wordt de buste onthuld in de Almeerse Staatsliedenwijk. Don Alfredo is nerveus, maar blij. De cirkel is rond. "Mensen zoals ik zijn gekomen uit een land waar oorlog was. We werden blij omdat dit een vreedzaam en democratisch land is. Dit is mijn boodschap aan de mensen: leer elkaar kennen."

 
© omroep flevolandsitemap | disclaimer