advertentie

Ministerie: Lelystad kan toe met miljoenen minder

Lelystad 12 juli 2017
De jaarlijkse extra bijdrage die Lelystad krijgt van het Rijk kan mogelijk met bijna de helft omlaag. In plaats van ruim vijftien miljoen euro nu, zou Lelystad over tien jaar nog maar acht miljoen euro moeten krijgen als compensatie in de onderhoudskosten van de openbare ruimte en openbare gebouwen. Dat staat in een rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken over de zogeheten ICL-gelden.

Wat zijn ICL-gelden?
ICL staat voor Interdepartementele Commissie Lelystad. In 1985 was de financiële situatie van Lelystad zo slecht dat de stad onder toezicht van het Rijk kwam te staan. Lelystad was gebouwd voor 100.000 inwoners, maar had er toen hooguit de helft. Veel inwoners hadden lage inkomens of een uitkering. Daardoor kreeg de gemeente onvoldoende inkomsten voor onderhoud van de bijna 20 miljoen vierkante meter aan openbare ruimte, wegen, groen en openbare gebouwen.
In 1987 stelde het Rijk daarom de Interdepartementele Commissie Lelystad in. Die adviseerde dat Lelystad jaarlijks een bijdrage voor onderhoud- en exploitatiekosten moest krijgen, totdat de stad in 2010 80.000 inwoners zou tellen. Het gaat nu om 15,3 miljoen euro per jaar. 

Waarom wil het Rijk van de ICL-bijdrage af?
De laatste jaren groeit Lelystad zo langzaam, dat de 80.000ste inwoner nu pas in 2030 wordt verwacht. Het Rijk wil daarom van de afspraak voor onbepaalde tijd af en vindt dat Lelystad meer zelf moet bekostigen. Inspecteurs van het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben de afgelopen maanden onderzocht of en hoe de ICL-bijdrage kan worden afgebouwd.

Wat stelt het ministerie nu voor?
De inspecteurs constateren dat Lelystad niet zonder een extra rijksbijdrage kan en op groot onderhoud zelfs geld tekort komt. Daarvoor is de financiële positie van de stad nog steeds te zwak, onder meer doordat de gemeente relatief veel schulden en beperkte inkomsten heeft. De situatie is de afgelopen jaren zelfs verslechterd. Wel heeft de gemeente meer eigen geld voor onderhoud uitgetrokken.

Wel denken de inspecteurs dat het verantwoord is om de ICL-bijdrage vanaf 2018 in tien jaar tijd met twee miljoen euro af te bouwen, ofwel twee ton per jaar. Vanaf 2023 zou zij met nog eens 750.000 euro per jaar omlaag kunnen, ofwel 3,7 miljoen minder. Een nieuwe evaluatie in 2022 moet uitwijzen of dat verantwoord is.

In het uiterste geval krijgt Lelystad in 2028 nog maar acht miljoen euro aan ICL-gelden, iets meer dan de helft van nu.

Redt Lelystad zich wel met een kleinere rijksbijdrage?
Het ministerie heeft hiervoor bureau Royal Haskoning DHV naar de situatie in Lelystad laten kijken. Haskoning waarschuwt ervoor voorzichtig te zijn met het verminderen van het onderhoud van de openbare ruimte, omdat dit Lelystad minder aantrekkelijk maakt voor huidige en potentiële bewoners. Ook kan streng bezuinigen negatieve gevolgen hebben voor de stad.
Wel verwacht het Rijk dat de gemeente zelf het initiatief neemt om minder afhankelijk te worden van rijksgelden. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al de eerste voorstellen gedaan, maar het Rijk vindt dat Lelystad te traag is met maatregelen. 

Wat valt nog meer op?
De inspecteurs vinden dat de rijksbijdragen voor het Agora Theater en CKV De Kubus van 660.000 euro kunnen worden geschrapt, want het nieuwe theater is in 2007 gebouwd nadat de ICL-afspraken zijn gemaakt.

Ook De Kubus heeft volgens de commissie niet langer rijksgeld nodig, omdat het gebouw is afgeschreven. Royal Haskoning stelt voor dat de gemeente snijdt in de subsidies en exploitatiebijdragen aan beide instellingen. Het CKV zou activiteiten geheel of gedeeltelijk elders kunnen onderbrengen.

Te groot stadhuis
Ook is het stadhuis veel te duur in onderhoud en exploitatie, vinden de inspecteurs. Door vierkante meters af te stoten en te verhuren zou de bijdrage met 50.000 euro per jaar kunnen worden gekort.

Bouwen in het groen 
Op onderhoud van de vele dreven en parken kan worden bespaard als er langs dreven en in parken grond wordt verkocht voor woningbouw, zoals dat begin deze eeuw op een aantal plaatsen ook al is gedaan.

Wat vindt de gemeente van het rapport?
Het college van burgemeester en wethouders komt pas na de zomer met een reactie. Wel geeft de gemeente in het rapport aan het op enkele punten oneens te zijn met de conclusies en adviezen. Zo vindt de gemeente 2018 te vroeg om met maatregelen te beginnen, omdat besluitvorming in de gemeenteraad meer tijd vergt.

Het standpunt van de gemeente wordt dit najaar nog besproken binnen de Raad voor de Financiele Verhoudingen en met het Rijk.
© omroep flevolandsitemap | disclaimer