Geschiedenis: één arbeider per hectare poldergrond bleek veel te veel in Oostelijk Flevoland
Toen Oostelijk Flevoland in de jaren vijftig werd drooggelegd, was er berekend dat er één arbeidskracht per hectare in de polder zou komen wonen. Maar de mechanisatie van de landbouw ging snel en het pakte allemaal anders uit.
Frits Schmidt van de Stichting Geschiedschrijving Dronten vertelt in Studio Flevoland uit hoe dat ging.
Door het gebruik van meer en andere machines waren er minder arbeiders nodig. Ook gingen ze op andere plekken wonen. In Noordoostpolder woonden de arbeiders van de boerderijen vaak in de arbeiderswoningen aan de rand van de percelen. "In Oostelijk Flevoland kwamen de arbeiders in de dorpen te wonen", legt Schmidt uit. "En die dorpen groeide minder snel dan verwacht."
Bij de bouw van de boerderijen werd nog rekening gehouden met de arbeiders door een schaftruimte te bouwen. Maar die ruimtes waren eigenlijk van weinig nut, omdat er minder arbeiders waren dan aanvankelijk gepland was.
Om de agrariërs op de hoogte te brengen van de nieuwste technieken werd in 1965 op het Redeplein, in het centrum van Dronten, een landbouwexpositie gehouden. "Op de landbouwexpositie maakten de boeren kennis met deze nieuwe mogelijkheden. Maar in feite stond toen het hele proces nog in de kinderschoenen. Een krachtige trekker was in 1965 er een van 45 pk. Nu is dat getal minimaal met drie vermenigvuldigd. Een trekker van 150 pk is nu heel gewoon."