'Eikenprocessierups is ons te slim af', waarom kunnen we overlast niet voorkomen?

FLEVOLAND • Wo 9 juli 2025 | 5:55 • Woensdag 9 juli 2025 | 5:55

Jeuk van brandhaartjes, nesten in bomen en de discussie over wie er verantwoordelijk voor is: de eikenprocessierups steekt weer de kop op. Na een paar jaar ellende leek de rups de afgelopen jaren verdwenen, maar inmiddels zijn er overal in Nederland weer brandhaarden, ook in Flevoland.

Volgens één van de rupsendeskundigen van Nederland, Silvia Hellingman uit Almere, blijft bestrijding lastig. "We zijn de grip aan het verliezen, omdat we het gedrag van de rups nog onvoldoende begrijpen", zegt Hellingman, die is gelieerd aan het Kennisplatform Eikenprocessierups.

Ze staat op industrieterrein Stichtsekant in Almere. Dat is een hotspot, een plek waar opvallend veel rupsen worden gesignaleerd. "In deze ene boom zitten twaalf nesten, dat zijn zo’n 5.000 rupsen", zegt ze, terwijl ze naar boven wijst. "En het gevaar is nog niet geweken. De meesten zijn inmiddels verpopt, maar de nesten zitten nog vol brandharen. Als je daarin graait, kun je er veel last van krijgen."

Brandharen en ducttape
De eikenprocessierups is berucht vanwege zijn brandharen. Die kunnen hevige jeuk, allergische reacties en, in ernstige gevallen, ademhalingsproblemen veroorzaken. Hellingman weet dat als geen ander. "Ik ben grootverbruiker van ducttape. Dat gebruik ik om meteen brandharen van mijn huid te trekken."

Zelf heeft ze meermaals te maken gehad met heftige klachten. "Een keer kreeg ik een brandhaar in mijn oog. Daar moest ik door een oogarts voor worden geholpen. En als je een wolk brandharen inademt, kun je er echt benauwd van raken."

Niet alleen in de boom
Een hardnekkig misverstand is dat de rupsen zich uitsluitend in bomen bevinden. "Sommige rupsen blijven twee tot wel vier jaar ondergronds voordat ze weer actief worden", legt Hellingman uit. "Daardoor worden gemeenten vaak overvallen door uitbraken, terwijl er vorig jaar misschien nauwelijks iets aan de hand was op dezelfde plek."

Dat maakt bestrijding lastig. Nu wordt er vaak gespoten met gif of worden nesten weggezogen, maar dat volgens Hellingman weinig zin om het insect echt goed te bestrijden. "Veel rupsen wachten pas tot de bespuiting weg is om uit de grond te komen. Dan spuit je eigenlijk voor Jan Joker."

Waarom nu weer zoveel rupsen?
Volgens Hellingman is de huidige opleving van de eikenprocessierups deels te verklaren door het weer en deels door het onverwachte gedrag van de rups zelf. "We hebben een relatief warme winter en een zacht voorjaar gehad. Dat zorgt ervoor dat de rupsen zich sneller ontwikkelen en eerder uit hun eitjes komen," legt ze uit.

Maar er is meer aan de hand: "We zien nu dat veel rupsen niet uit boomnesten komen, maar uit de grond. Ze hebben daar soms jarenlang gezeten. Die vertraagde ontwikkeling maakt het voorspellen lastig en dat zie je nu terug in de plotselinge pieken op plekken waar vorig jaar nauwelijks iets aan de hand was."

Meten is weten
Om de overlast beter te voorspellen, wordt er gebruik gemaakt van zogenoemde feromoonvallen. Dat zijn doorzichtige valemmers met lokstof voor mannetjesvlinders. "Daarmee meten we de vluchten van de vlinders," zegt Hellingman. "Als we zien dat er veel vlinders uit grondnesten komen, weten we dat we volgend jaar rekening moeten houden met een piek."

Volgens de rupsendeskundige is die kennis cruciaal voor gemeenten. "Als je niet meet, dweil je met de kraan open. Gemeenten krijgen van ons jaarlijks rapportages: hoeveel vlinders uit de bomen, hoeveel uit de grond. Dat helpt om het beheer af te stemmen."

2026 mogelijk rampjaar
Of we volgend jaar een rampjaar als 2019 tegemoet gaan, durft Hellingman nog niet te zeggen. "Dat hangt af van of de vlinders dit jaar nog uit de grondnesten vliegen. Zo ja, dan kunnen we volgend jaar opnieuw een grote uitbraak verwachten. Maar als dat pas volgend jaar gebeurt, schuift dat nog een jaar op."

Haar advies is helder: documenteer, meet en pas het beheer daarop aan. "De rups is ons telkens een stap voor. Alleen als we meer inzicht krijgen in hun gedrag, kunnen we ze bijbenen."

WhatsApp ons!
Heb jij een tip of verbetering? Stuur de redactie van Omroep Flevoland een bericht op 0320 28 5050 of stuur een mail: rtv@omroepflevoland.nl!

Maak Omroep Flevoland jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je voortaan zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van ons. Voeg Omroep Flevoland toe aan Google!

Deel artikel