Uienakker weggevreten door bonenvlieg-larven: 'Een rijzende ster onder de plagen'

EMMELOORD • Vr 15 mei 2026 | 7:03 • Vrijdag 15 mei 2026 | 7:03

Boer Marien Verhage uit Emmeloord ziet het met lede ogen aan. Van zijn net ingezaaide uienperceel bleek van de ene op de andere dag zeker 70 procent verloren. De boosdoener: de larven van de bonenvlieg.

Wat vijf jaar geleden nog nauwelijks een probleem was, groeit uit tot één van de grootste kopzorgen in de uienteelt. "De jonge plantjes waren eigenlijk allemaal aangetast. Eerst dacht ik dat door de droogte kwam. Maar toen we beter keken, zagen we overal de larven zitten", vertelt de boer.

Wageningen University & Research-onderzoeker Hilfred Huiting, gespecialiseerd in gewasbescherming en gewasgezondheid, herkent het verhaal maar al te goed. In de Topgewas-podcast van Akkerwijzer noemt hij de bonenvlieg nadrukkelijk “de rijzende ster” onder de insectenplagen in de uienteelt.

Naast de bonenvlieg is ook de uienvlieg een plaag voor het uiengewas. “Maar voor de bonenvlieg is de aanpak complexer, omdat die eigenlijk pas sinds een jaar of vijf echt op de radar staat en sindsdien snel belangrijker is geworden.”

De larven hebben de plantjes flink te pakken genomen

Weinig kieskeurig insect dat profiteert van vergroening
Anders dan de uienvlieg, die een echte specialist is, is de bonenvlieg een generalist. Het insect kan overleven op veel verschillende gewassen en komt van ver aanwaaien. Dat maakt de bonenvlieg extra lastig te bestrijden, legt onderzoeker Huiting uit.

Hij denkt dat de vergroening van de akkerbouw het probleem onbedoeld groter maakt. Boeren werken steeds vaker met groenbemesters en laten meer plantenresten achter op het land om de bodem gezonder te maken. Daardoor kan de bonenvlieg zich makkelijker verschuilen en overleven.

Uienteler Verhage heeft zijn akker afgelopen maanden ook gezonder gemaakt met groenbemesters. "Ik wist dat het risico er was met de bonenvlieg, maar dacht dat het niet zo'n vaart zou lopen. Het is wel jammer dat het 'goed' voor je grond zorgen op deze manier wordt afgestraft."

Marien Verhage op zijn akker

Complexer dan ooit: timing is alles
Volgens de WUR-onderzoeker vraagt de bonenvlieg een heel andere aanpak dan de bekendere plagen. “Je moet niet alleen kijken naar het weer en de kalender op het moment dat je uien gaat zaaien, maar ook naar vragen als: wanneer heb ik drijfmest uitgereden? Wanneer is de groenbemester ondergewerkt? En zijn er op dat moment vliegen aanwezig? Het wordt dus steeds complexer.”

Het goede nieuws is dat de schade zich meestal in een korte periode voordoet. “Het geluk bij een ongeluk met bonenvliegen is dat ze maar in een korte periode schade veroorzaken,” zegt Huiting. “Als je dat moment met alle kennis die je hebt weet te ontwijken – bijvoorbeeld doordat je uien al groot genoeg zijn of juist nog niet boven de grond staan – dan kun je het probleem mogelijk voorkomen.”

Onderzoek en advies
Huiting en zijn collega’s richten zich nu volop op de biologie van het insect. Ze kijken naar monitoring, de timing van grondbewerking en de juiste volgorde van bemesten en zaaien. “Probeer zo goed mogelijk in beeld te krijgen wat de situatie is,” adviseert hij telers. “Werk bijvoorbeeld niet eerst je groenbemester onder om daarna meteen uien te zaaien.”

Voor boeren als Marien Verhage in Emmeloord is het dit seizoen te laat. Maar voor de rest van Flevoland en andere uienteeltgebieden kan betere timing en meer kennis over de bonenvlieg straks het verschil maken. Het onderzoek loopt nog, maar één ding is duidelijk: 'de rijzende ster' is definitief geland in de Nederlandse akkerbouw.

Dit jaar zit er voor Verhage niets anders op om opnieuw uien te zaaien. "Ik hoop er het beste van, eigenlijk is zaaien in mei te laat. Een boerenspreekwoord zegt: uien zaaien in mei, geeft prei." De uienteler heeft nu noodgedwongen een selectief gewasbeschermingsmiddel boven het zaad gelegd, om zo de larven die nog in de bodem zitten uit te schakelen.

WhatsApp ons!
Heb jij een tip of verbetering? Stuur de redactie van Omroep Flevoland een bericht op 0320 28 5050 of stuur een mail: rtv@omroepflevoland.nl!

Maak Omroep Flevoland jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je voortaan zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van ons. Voeg Omroep Flevoland toe aan Google!

Deel artikel